Goud

De goudprijs

De goudprijs en de beweging van de prijsindex zijn nauw met elkaar verbonden. De sterkste correlatie vindt plaats in tijden die gekenmerkt worden door hoge inflatie. Daarnaast hebben perioden van disinflatie, prijsstabiliteit en deflatie hun eigen unieke relatie tot de prijsvorming van goud.

Inflatie en de goudprijs

De prijs van goud stijgt als er sprake is van inflatie. In het geval van hyperinflatie explodeert de prijs zelfs. Hieraan is te zien dat goud een garantie is voor koopkracht­behoud. Het neemt dan namelijk niet toe in waarde, maar weerspiegelt slechts de afname van de waarde van het geld waarin de prijs van goud wordt uitgedrukt.

Dit voorbeeld laat zien dat er een verschil is tussen waarde en prijs. Prijzen zijn in hoge mate afhankelijk van het gevoerde monetaire beleid ofwel geldbeleid. Tot 2012 is goud tien jaar lang jaarlijks in prijs gestegen tegenover alle valuta in de wereld. Hier is een rechtstreeks verband waarneembaar tussen de prijs van goud en het vertrouwen in het huidige geldsysteem.

Deflatie en de goudprijs

Bij dalende prijzen stijgt de goudprijs als de deflatie veroorzaakt wordt door hoge schuldquotes die teruggedrongen moeten worden. Zo'n deleverage-periode gaat gepaard met counter party risico's die leiden tot het afschrijven van schulden. In een periode met extreme schuldenniveaus – zoals de huidige periode – ontstaat namelijk algehele onzekerheid over het terugbetalen van toevertrouwde middelen. Houders van schuldtitels zijn gedurende zo'n schuldencrisis meer bezig met return of their money dan met return on their money.

Goud kent geen counter party risico als het buiten het banksysteem fysiek wordt bewaard. De waarde ervan wordt dan immers niet bepaald door de betalingsbelofte van een ander, maar is intrinsiek en 100% gerelateerd aan zijn gewicht. Een verhoogd algemeen faillissementsrisico vertaalt zich daarom in een stijging van de prijs van goud.

Disinflatie en de goudprijs

In de periode 1971-1980 steeg goud van $ 35 per ounce (31,1 gram) tot een piek van $ 800 per ounce. Dit was gedeeltelijk het gevolg van het vrijlaten van de goud­prijs nadat president Nixon in 1971 het vaste omwisselrecht à 35 $/ounce afschafte. De tweede helft van de jaren '70 werd daarnaast gekenmerkt door hoge inflatie. Toen president Ronald Reagan in januari 1981 aan de macht kwam, gaf hij de voor­zitter van de Amerikaanse centrale bank – Paul Volcker – politieke rugdekking om de inflatie te bestrijden.

De Westerse wereld leed in de jaren '70 onder stijgende prijzen en een stagnerende economie. Dit verschijnsel wordt stagflatie genoemd. Volcker bestreed de inflatie via een sterke verhoging van de rente. Hierdoor daalde de vraag naar geld en nam de hoeveelheid geld in omloop af. Zo werd sparen gestimuleerd en consumptie afge­remd. Het rentetarief van de centrale bank piekte op 20% in juni 1981.

Sinds die tijd daalt de rente en stijgen de koersen van obligaties. Obligaties bevinden zich zodoende al meer dan 30 jaar in een secular bull-markt. Volcker werd door velen verguisd vanwege zijn shock-therapie, maar slaagde erin om de inflatie onder controle te krijgen. Het vertrouwen in geld nam toe en goud begon te dalen tot $ 400 per ounce. Dalende inflatie wordt disinflatie genoemd. Tijdens een periode van disinflatie daalt de goudprijs en stijgt het vertrou­wen in fiat geld.

Gelijkblijvende inflatie en de goudprijs

Als de inflatie zich op een laag constant niveau bevindt is, de prijs van goud normaal gesproken relatief laag. De lage inflatie moet dan wel het gevolg zijn van een gezon­de en stabiele monetaire situatie. Vandaag de dag houden centrale banken de rente kunstmatig laag om de hoge schuldenniveaus draaglijk te houden. Het hoge schul­denniveau zet het vraag- en investeringsniveau onder druk en leidt tot schuldgedre­ven deflatoire krachten in productmarkten.

De rentepolitiek van Paul Volcker had rond de millenniumwissel door zijn opvolger Alan Greenspan herhaald moeten worden. Deze keer om speculatie en overvloedige geldschepping met dito schuldopbouw financieel onmogelijk te maken. De pijn had toen genomen moeten worden, nu is het daarvoor te laat.

Goud als bestanddeel van een toekomstig monetair systeem


Ook centrale banken beleggen in goud

Veel monetaire experts achten het onver­mijdelijk dat het huidige fiat-geldsysteem – dat sterk leunt op de dollar als reserve­valuta – vervangen moet worden. Een nieuw mondiaal geldsysteem zou dan gegrondvest moeten worden op een mandje van belangrijke valuta's, waarbij – naast de dollar – de euro, yen en yuan in beeld komen, eventueel aangevuld met een dekkingspercentage in goud.

Robert Zoellick – oud-president van de Wereldbank – suggereerde in dit verband een gouddekking van 15%. Dit betekent dat 15% van de geldhoeveelheid van de deelnemende reservemunten gedekt moet zijn door goud van de deelnemende cen­trale banken. De totale voorraad van de centrale banken van de VS, de Eurozone, Japan en China bedraagt circa 20.000 ton. Gegeven de huidige in omloop zijnde geldhoeveelheid van genoemde munten zou de prijs van goud zelfs bij een dekking van 15% vele malen over de kop moeten gaan. Als goud weer een bestanddeel wordt van het monetaire systeem zal de goudprijs sterk gaan stijgen.

Wil je reageren op bovenstaand artikel, maak dan gebruik van het contactformulier en je commentaar wordt hieronder geplaatst.

Reacties:

De prijs van goud wordt gemanipuleerd door schuldbrieven

Schuldbrieven voor goud zorgen, door de grote aantallen, voor verlaging van de goudprijs. Eigenlijk is een schuldbrief...

Extra’s

Zoek op deze site:

XML RSSAbonneer je via RSS
  • XML RSS
  • follow us in feedly

Deel, e-mail of print: